Categorieën
gedichten

Zomeravond …

Categorieën
gedichten

An (2)

Categorieën
gedichten

An (1)

Categorieën
gedichten

Mamaatje

‘Mamaatje, mamaatje,’ huilt oude vrouw.
Nog oudere vrouw ligt op het asfalt
in de vorm van twee schoenen, wat verder
bril, nog verder gebit, en daarachteraan,
zigzag, mamaatje, oog zus, oog zo.

Mens is bros, been kraakt als stokbrood,
tanden vliegen door de lucht,
open mond blijft achter.

Mamaatje geweest.
Poppen gehad. Winkeltje gespeeld.
Stap stap met pop naar grote stad.
Dag meneertje, dag mevrouwtje.

Herman de Coninck
Uit “Enkelvoud – Zonder”

Categorieën
gedichten

Meisje op straat laat ballon los …

Meisje op straat laat ballon los.
Geef ook mij maar van die wanhoop,
van die hemelhoge kleine. En wil jij
dan ook zo uit het gezicht verdwijnen?

Ik heb jou toch ook maar per ongeluk
losgelaten? Tot waar ik niet meer kon komen?
Laat mij achterblijven. Heb mij niet meegenomen.

Herman de Coninck
Uit “Enkelvoud – Zonder”

Categorieën
gedichten

Het liefste wat ik heb is elf geworden …

Het liefste wat ik heb is elf geworden.
Feestje. Daarna ging het liefste wat ik heb
naar huis met het liefste wat ik had.
Het kleine meisje met het grote.
Ik met mezelf. Zo vrolijk.

Want het is goed om ooit
iets te hebben gehad.
Het is beter dan nooit
iets te hebben gehad.

Herman de Coninck
Uit “Enkelvoud – Het meervoud van geluk”

Categorieën
gedichten

Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was …

Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was:
wat ouders deden, en wat alles dus ging doen:
een tafel bij een stoel, nu bij toen.
Het meervoud van geluk was: wij.

Sindsdien heeft ze geleerd wat enkelvoud is.
Zij. Nu weer half van jou, morgen half van mij.

Toen ze acht was was ze tien.
Eén helft van haar gezicht lief,
de andere liever. Bang om te kiezen
tussen verliezen en verliezen.

Vandaag is ze gewoon twaalf.
Vier ouders, twee echt, twee stief.
Slapen gaan moet met eindeloos gezoen.
Ze wint altijd. Ze heeft geleerd wat blijven is.
Wat ouders niet en kinderen wel doen.

Herman de Coninck
Uit “Enkelvoud – Het meervoud van geluk”

Categorieën
gedichten

Ze heeft alles om te zoenen …

Ze heeft alles om te zoenen, twee armen voor rond mijn hals
en aan het uiteinde daarvan zichzelf om te draaien en te keren.
Ze heeft twintig vragen en slechts twee ogen.
Die doen wat een vraagteken doet met een zin,

haar moeder met nieuwe kleren. Koketteren,
dan zal het wel mogen.
Of ze bij me slapen mag? Ze probeert te knipogen.
(Onder vier ogen mag het niet, misschien onder drie.)

Als ik later, tegen haar aan,
zeg: ‘het is hier lekker warm,’
antwoordt ze in haar slaap:’ dat heb ik
speciaal voor jou gedaan.’

Herman de Coninck
Uit “Enkelvoud – Het meervoud van geluk”

Categorieën
gedichten

‘Ik hou van jou,’ zei ze …

‘Ik hou van jou,’ zei je tussen twee monden vol wafel. Maar niet grappig; ook helemaal niet raar.
Een bal die je met alle ervaring van je drie jaar
vriendelijk naar mij toe rolde over tafel.

Ik bloosde haast als de eerste keer.
Niet elke dag hoor ik dat zeggen, laat staan menen.
En als het toch gebeurt, heb ik geen antwoord meer.
Zoveel keer jouw leeftijd, ben ik tien keer

minder in staat te zeggen wat jij zei; niet in staat
zomaar voor iemands voeten de lading bakstenen
van een verklaring uit te storten. Als ik het toch probeer
blijft het in mijn keel steken, een visgraat.

Want wat men passie noemt, dat leer
je nog wel, komt vaak op omverrijden neer.
Niet bij mij: ik ben zo knap dat ik alles kan geven
en mijn hart houden. Kussen zijn kussen.

Een bed is een bed. Zielen hoeven daar niet tussen
te komen. Jij zegt: een bed? Is om te slapen. Moge
het zo ongestoord: dat je nooit met open ogen
iemand naast je haast niet huilen hoort.

Naar Jonathan Price

Herman de Coninck
Uit “Enkelvoud – Het meervoud van geluk”

Categorieën
gedichten

Glasscherven in de zon

(In memoriam matris)

Ik heb maar twee soorten foto’s waarop je lacht:
met je kinderen, tot een jaar of acht,
en met je kleinkinderen. (De oudste is dertien,
en nog niet te brutaal, mogen blijven.)

Wat daartussenin gebeurde is te zien
op de vijf keurig geëtiketteerde homeopatische
flesjes in je apotheek: ‘angsten’, ‘depressies’ (twee),
‘overbezorgdheid’, ‘paniek’. Dramatische

gevechten van telkens drie druppeltjes tegen de zee.
Je bleef onderwijzeres. Een krenterige heer
van een vrouw. Twintig jaar na elkaar elke dag heel even
verliezen, is minder erg dan alles in één keer, dacht je.

En daarna, met iets kleins in je armen, lachte
je dus weer. Na alles wat heel je leven
veel te groot was geweest. Zo sta je op de trouwfoto
van je dochter, opgekrikt uit je rugpijn,

zo recht als een kromme spijker die men recht-
geslagen heeft maar kan zijn.
En je lacht, na de dood van je man, je broers,
je zussen, je vrienden – of het niet op kon –

zoals glasscherven lachen in de zon

Herman de Coninck
Uit “De hectaren van het geheugen”